Voor de moeder en voor het kind. Eén van de dingen die u of uw partner kort na de bevalling moet gaan regelen, is het versturen van de geboortekaartjes. Als u alle kaarten geschreven heeft, kunt u de kaarten in de brievenbus deponeren, maar u kunt deze ook afleveren bij het postkantoor en die zorgen dan dat de post gesorteerd wordt. Het voordeel van geboortekaartjes bekijken bij de drukker is dat u de geboortekaartjes in het echt ziet. In dit artikel wordt getracht de meest voorkomende manieren van (geboorte)kaarten versturen via het internet op te noemen en te beschrijven. Tijdens het uitzoeken van het geboortekaartje voor uw nog ongeboren zoon, kunnen u en uw partner vele kanten op. Is het nog steeds wat u ervan verwacht had. Dit zijn nog maar een van de weinige punten waar u aandacht aan moet besteden bij het kiezen van het geboortekaartje voor uw zoon of dochter die over een aantal maanden geboren zal gaan worden. Kiest u juist voor een neutraal geboortekaartje, dat voor een jongen en een meisje gebruikt kan worden, een babyblauw kaartje of wilt u liever een zelf ontworpen geboortekaartje. Maar waar ligt de grens bij kennissen. Stuurt u uw buren een kaartje, dan kunt u het kaartje gewoon bij deze mensen in de brievenbus gooien. Om uw verzameling dermate uit te breiden dat u tientallen al dan niet honderden kaartjes kunt toevoegen, zullen er meerdere maanden overheen gaan. Het kan dus voorkomen dat degene deze e-mail over het hoofd ziet en het dus niet zal weten. Als u geboortekaartjes verzamelt of als u besloten heeft om geboortekaartjes te gaan verzamelen, zijn er vele manieren om aan geboortekaartjes te komen. Hierbij moet u wel rekening houden dat er een bepaald bedrag aan vast zit en hoe meer wensen u heeft aan het kaartje, hoe hoger de kosten zullen zijn. Wilt u graag nette, keurige letters hebben of geeft u liever de voorkeur aan letters die gekruld zijn en een fantastisch uiterlijk hebben. Uw baas zorgt er dan doorgaans voor dat het geboortekaartje op de afdeling terecht komt waar u werkzaam bent. In tegenstelling tot de overlijdenskaarten krijgen de geboortekaarten geen voorrang op het verzenden. Een van de eerste dingen die u zal gaan ondernemen na de geboorte van uw kersverse zoon of dochter is de drukker op de hoogte stellen van de geboorte.
Is de auto niet aangemeld neem dan contact op met het auto demontagebedrijf, u heeft de ORAD-melding nodig om de subsidie te ontvangen. De auto van meneer Timmer was total loss. Sommige onderdelen krijgen last van metaalmoeheid of zullen op een dermate manier versleten en verzwakt zijn dat het niet meer veilig is ze te installeren. Sommige onderdelen raden wij aan om niet bij een autosloperij te kopen. Als de remmen versleten zijn. Dit naargelang het parcours. De nieuwste versie, HELLA Rally 3000, is uitgerust met Xenonlampen. Elke dag komen er nieuwe auto’s bij. Elke auto die ouder is dan twee jaar moet worden gekeurd. Meneer Timmer heeft pech. Elke sloperij heeft een grote toegangspoort. Hoe kan dat dan. In de ‘Challenge volvo’ is het gebruik van gordels met 6 bevestigingspunten verplicht bevindt, wijst dit op het gebruik van geventileerde remschijven. Deze bedrijven komen de ingeruilde sloopauto’s bij u ophalen. Onderteken samen met uw klant de koopovereenkomst. Hij krijgt een keuringsbewijs. Omdat hij niet veilig genoeg meer is. Als we door de grote poort de sloperij binnenlopen, valt er heel veel te zien. Hierna kunt u inloggen op de website u stemt in met de gebruikersvoorwaarden en volgt vervolgens stap voor stap het programma. De monteurs kijken naar de remmen, de lichten, de uitlaat, de banden en de bodem van de auto. Autosport is steeds, en dit bij alles, het zoeken van compromissen. Of als de bodem verroest is. Of de reparatie kost te veel geld. Door de maatregelen die de overheid heeft genomen om dit proces te versnellen hoopt men het gebruik van schone auto’s te stimuleren. In de garage kijken ze of de auto nog veilig is. Als een auto erg oud is, is hij niet veel meer waard. Na de reparatie wordt hij dan opnieuw gekeurd. Meneer Timmer kon nog net op tijd remmen. Het kan gevaarlijk zijn om er mee te rijden. Daarom is het gebruik van competitieolie van groot belang. Om in aanmerking te komen voor een sloopregeling hoeft u niet altijd een nieuwe auto een nieuwe auto te kopen, als er aan de voorwaarden is voldaan mag het ook een tweedehands auto zijn. Het is handig om zelf de remdruk op de voorwielen, en de remdruk op de achterwielen, te kunnen bepalen. Maar de man achter hem niet.
Systeem C van de stapelaars bevat, behalve de kortsluit beveiliging door middel van smeltveiligheden, elektromagnetische schakelaars voor de beide bewegingsrichtingen van de motor, welke schakelaars zijn voorzien van thermische maximum stroomrelais. Deze relais berusten op de verwarming van een bimetaalstrook door de motorstroomsterkte, welke strook zich door de ongelijke uitzetting der beide metalen kromt en bij het optreden van een te grote stroomsterkte de bekrachtiging stroom van de elektromagnetische schakelaars verbreekt, waardoor deze uitvallen. De kraanmotor wordt echter veelvuldig aangezet, waardoor de stroomsterkte niet constant is. Daar de aanloopstroom een veelvoud is van de normaalstroom worden de thermische relais verwarmd en zullen uitvallen nadat enige tijd met de motor is geschakeld Er behoeft dan echter geen gevaar voor de motor te bestaan, daar de kraanmotor is berekend op veelvuldig schakelen en de af koeling van de motor sterker kan zijn dan die van de relais Na het werken van de relais moet men wachten tot de relais zijn afgekoeld en moet de kraan dus enige tijd buiten bedrijf gesteld worden, hetwelk zeer hinderlijk kan zijn. Deze methode beveiligt de motor wel tegen warmgelopen kussen blokken e.d. doch als beveiliging bv tegen een te zware last zijn deze relais alleen geschikt als de last gedurende lange tijd gehesen zou worden. Is deze overbelasting van korte duur, dan beveiligen de relais de kraan niet wegens de traagheid van dit type relais en lang niet altijd is de beveiliging tegen een langere inschakelduur, dan waarvoor de kraanmotor is geconstrueerd. In dat opzicht is het beveiligingssysteem D weer beter, waarbij behalve de thermische maxi mumrelais bovendien in de wikkelingen van de motor een thermisch relais is ingebouwd, dat de warmte direct uit de wikkelingen opneemt.
Bij een bepaalde temperatuur doet ook dit relais de elektromagnetische schakelaar uitschakelen. Volgens artikel 521, lid 1 van V 1040 moet relaisbeveiliging worden toegepast bij motorvermogens van 15 kW en meer, alsmede als de spanning gelijkspanning is van meer dan 440 V Behalve bovenstaande beveiligingen zijn er tal van andere, welke worden toegepast ter beveiliging van de gehele installatie, o.a.: Deze verhindert, dat de hoofdschakelaar wordt ingeschakeld, terwijl er geen spanning op het net is en doet de schakelaar uitvallen, zodra de spanning wordt onderbroken, zodat geen motor kan aanlopen na terugkeer van de spanning. Beveiligingsinrichting tegen het inschakelen van de hoofdschakelaar, wanneer de aanzetinrichtingen der motoren niet in de nulstand staan. Indien door een of andere oorzaak, bv. na onderhoudswerkzaamheden aan een controller, dit toestel in een bedrijfsstand is blijven staan, zal later bij het inschakelen van de hoofdschakelaar onverhoeds de betrokken motor in werking komen, hetgeen tot ernstige ongevallen aanleiding kan geven. Om zulks te verhinderen, kunnen de controllers der motoren van een contact worden voorzien, dat in de stroomketen van een nulspanning relais is aangebracht en deze keten verbroken houdt en dus het inschakelen van de nulspanning schakelaar belet, zolang de controller niet in de nulstand is gebracht geeft een schakelaar met centrale nulspanning beveiliging weer, welke zo genoemd is, omdat met deze schakelaar de gezamenlijke motoren van de kraan tegen onverhoeds inschakelen kunnen worden beveiligd. De schakelaar is tevens van maximumrelais voorzien.
In het verzoek staat onder andere dat de teruggaaf alleen mogelijk is als de bestelauto is ingericht voor het vervoer van de gehandicapte en het gelijktijdige vervoer van zijn of haar hulpmiddel, dat niet opvouwbaar is. Ze zijn te vinden in: Almelo, Rijen, Amsterdam, Roosendaal, Arnhem, Schiedam, Elsloo, Veldhoven, Groningen, Venlo, Heerenveen Waddinxveen, ’s Hertogenbosch, Zwijndrecht, Nieuwegein en ten slotte ook in Zwolle. Heel wat extraatjes die de kostprijs natuurlijk de hoogte injagen. Echter, in sommige gevallen hoeft u geen belasting te betalen bijvoorbeeld als u een ondernemer bent en u rijd met uw bestelauto voor meer dan 10% van het totaal gereden aantal kilometers voor uw eigen bedrijf of met zakelijke doeleinden zal u geen bpm hoeven te gaan betalen. Er zijn echter veel verschillende soorten bestelauto’s, daarom zijn er per soort bestelauto bepaalde eisen waaraan die auto bij het auto invoeren moet voldoen. Wat zijn nu de te volgen stappen om op een gepaste en legale wijze uw wagen uit Duitsland te importeren: De verkoper dient u een Übereinstimmungs bescheinigung of gelijkvormigheidsattest te bezorgen. Met dat Nederlandse kenteken kunt u legaal op de openbare wegen rijden in Nederland.
Zorg voor een verzekering. Eventueel als u een lagere prijs wenst, nemen zij ook de prijsonderhandeling in de hand. Bovendien bieden ze vaak andere modellen aan dan deze die beschikbaar zijn in Nederland. Die oplossing is dan een aanpassing zodat de laadruimte groter wordt en aan de eisen zal voldoen. Op het moment dat uw auto is goedgekeurd krijgt u een document waarop staat dat uw auto is goedgekeurd en er staat ook op dat uw auto nu naar een bpm aangifte punt kan gaan waar u dat document moet laten zien. Als we die bedrijven even onder de loep nemen, valt het meteen op dat er twee soorten bedrijven bestaan. Normaal wordt dit alles op een termijn van minder dat 3 weken geleverd en krijgt u er een beperkte garantie bij die van bedrijf tot bedrijf verschilt. Een bezoek aan Duitsland of het afschuimen van Duitse websites loont dus heel vaak de moeite als je op zoek bent naar een degelijke maar goedkope tweedehands wagen. Houd er ook rekening mee dat u nog wel BPM, BTW of slurptaks moet bijbetalen. Allereerst is het van uitermate groot belang dat u grondige research doet alvorens de stap te zetten naar de import van een buitenlandse auto. Zelf de auto invoeren is niet altijd een 1-2-3 klus en vereist meestal niet alleen heel wat tijd maar ook heel wat onderzoekswerk. Een korte rit naar de dealer is voldoende. Het importeren van wagens uit het buitenland wordt steeds populairder door het grote prijsverschil. Doordat de automarkten van de ons omringende landen ook zoveel groter zijn, is de prijsdruk vaak ook veel groter en het prijskaartje dus lager.
Bij een stijgende lijn in de winsten is een weging van iet ongebruikelijk. Stel, daar komt € 300 000 uit. Zijn er nu bijzondere omstandigheden, die nu al evident maken dat de toekomstige winsten veel hoger zullen liggen (bijvoorbeeld A heeft een solide groeimarkt ontdekt of een goudgerand meerjarig contract afgesloten), dan kan men de genormaliseerde winst nog extra verhogen. Wij houden het op deze € 300 000. Het ondernemingsvermogen bedraagt € 400 000 (stel). De gedachte achter deze ezelsbrugachtige manier van berekenen is dat goodwill (de contante waarde van de toekomstige overwinst) pas aanwezig is wanneer er sprake is van overwinst, dus wanneer alle productiefactoren (arbeid en kapitaal) hun normale beloning hebben ontvangen. Door de fiscus wordt wel gesteld dat de normale beloning over het geïnvesteerde vermogen (hier gesteld op 10%) eigenlijk verdubbeld moet worden. Zulks in verband met de dubbele heffing! Voor je die normale beloning uit de BV hebt verkregen zal er vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting over betaald moeten worden. Veelal wordt deze in de literatuur bedachte spitsvondigheid bij het oprichten bv genegeerd. Bedrijfseconomisch is evenmin aanleiding voor zo’n groot verschil in berekeningsmethode. Wil men een nog eenvoudiger goodwillberekening, die in de praktijk meestal heel dicht bij deze formule komt? Dan neme men eenvoudig 1 x de laatste jaarwinst. Bij zelfstandige beroepsbeoefenaars klopt dat vaak heel aardig. Let wel, deze algemene goodwillberekening wijkt voor andere, specifiek branchegebonden berekeningen. Informeer bij twijfel altijd bij een brancheorganisatie. Goodwill is dus een bedrijfsmiddel, zij het een bedrijfsmiddel dat alleen bij de staking van de onderneming tevoorschijn komt. De BV activeert de gekochte goodwill (zij heeft ervoor betaald, in aandelen en in een schuld aan A) en heeft het recht daar op af te schrijven.
Het is daarmee even oppassen. Op het eerste gezicht zou men zeggen dat die goodwill toch niet verandert in waarde (tenzij de BV het slecht doet) en dan ook niet afschrijfbaar is. In Nederland gaan we ervan uit dat de gekochte goodwill in vrij snel tempo slijt (de traditie wil dat goodwill in vijfjaar wordt afgeschreven) en - onder veronderstelling van gelijk blijvende winstcapaciteit - wordt vervangen door eigen goodwill van de BV. Deze eigen goodwill hoeft de BV echter niet te activeren. Deze komt pas weer te voorschijn op het moment dat de BV de onderneming zou verkopen. Een slimme redenering, waar niet veel meer tegen in te brengen is dan dat ze er in Duitsland anders over denken (daar mag de gekochte goodwill eveneens worden geactiveerd, maar afschrijving mag pas wanneer de goodwill van de nieuwe onderneming zakt beneden de betaalde prijs). Opgemerkt zij dat de combinatie van afrekening (inkomstenbelasting) en afschrijving (vennootschapsbelasting) zich niet slechts bij goodwill voordoet, maar bij alle activa, voor zover er een meerwaarde wordt geconstateerd. Een van de belangrijkste overwegingen is de vergelijking van het afrekeningstarief van de inkomstenbelasting met de contante waarde van de belastingbesparing ter zake van de afschrijving in de vennootschapsbelasting. Aangezien het afrekeningstarief maximaal 52% bedraagt en de vennootschapsbelasting 30 a 35% is het niet voordelig om af te rekenen. Gekozen zal bij hogere bedragen moeten worden tussen geruisloze inbreng (geen afrekening) en inbreng tegen een stamrecht (afrekening nu over de na aftrek van franchise en stamrecht resterende stakingswinst, vermeerderd met de contante waarde van de stamrecht termijnen).
Het verwerken van maar liefst drie grote diamanten was voor een kunstnijveraar onderhand een heel probleem geworden. Toen bleek dat met name zijn krachtige en architectonische trouwringen uit deze periode veel door mannen van verschillende seksuele geaardheid waren aangekocht en gedragen, Waarschijnlijk onbedoeld had juist deze vakman met een vijftigjarige beroepspraktijk de kloof tussen sieraden voor mannen en vrouwen overbrugt. Er zijn veel shawls en strikken, die door decoratieve spelden worden vastgehouden. Ook de schakels van de ketting uit 1987, die bij de karakteristieke stukken is besproken, is op deze wijze bewerkt. De bijschriften bij de foto’s elimineerden deze vraag ten overvloede. Als afkorting werd wel eens de jolig Fegozi gebruikt en na de oorlog zou het vakblad kort zo heten.’ ofwel ‘wie is er bang voor. Hij voerde in de eerste acht jaar van de twintigste eeuw zijn serviezen vaak uit in koper of messing, omdat dat beter betaalbaar was dan zijn zilverwerk. De herenkleding had in de negentiende eeuw een proces van versobering en standaardisering doorgemaakt. Aan Joanna Brom, de zuster van Jan Eloy en Leo, werd in juli 1941 een artikel gewijd in De Vrouw en haar Huis, waarvoor zij bij haar e-mailoven was geportretteerd. Veel van het werk had een sensueel karakter. In recensies werd er op gewezen dat hij niet ongevoelig was voor veranderingen in het Nederlandse ontwerpklimaat en dat zijn recente sieraden opvielen door hun ironie: ‘Zij roepen een glimlach op, wat een verademing betekent in vergelijk met de streng formele benaderingswijze in de jaren zestig en zeventig. Van de afbeeldingen van de sieraden van led Stigter viel niet veel af te lezen, behalve dat ze met hun compacte, gewelfde vormen op het eerste gezicht pasten in het idioom van de kunstnijveraars.
Berlage was een warm pleitbezorger van de machine in het productieproces en liet zijn ontwerpen graag uitvoeren bij een meubelfabriek. In 1995 werd in het Streekmuseum in het Admiraliteitshuls in Dokkum, een stad die nog niet eerder een rol heeft gespeeld In deze geschiedenis, een tentoonstelling over herensieraden gehouden met de titel ‘De man versierd, sieraden van de man van vroeger en nu’. Een hanger van een goudbruine agaat was in een eenvoudige omlijsting van draad en plaat gevat. In het nummer van april 1937 werd nogmaals naar Juliana verwezen, misschien naar aanleiding van het succes van de Nationale Juliana trouwringen. Droeg een vrouw te fraaie sieraden voor haar sociale positie, dan riep zij onmiddellijk twijfel op over haar eerbaarheid en moraal.’ Vooral trouwringen zijn bijzonder. Natuurlijk zijn daar nuances in aan te brengen. Het kon niet langer gedefinieerd worden als een armoedevraagstuk dat volgens de traditie met armenzorg moest worden verzacht, maar werd een sociale kwestie waar de politiek uitspraken over moest doen. Binnenslands - met name in Amsterdam - kregen de trouwringen van de late negentiende eeuw een krachtig vervolg in de Beurs van Berlage (1898-1903), Nederlands belangrijkste bijdrage aan de internationale ontwikkelingen in de moderne architectuur uit deze periode. en Jan Eisenloeffel zich ontwikkelden liet excessen in uitbundige tooi niet toe. Zo ontstond geleidelijk een moderne arbeidersbeweging, met doordachte strategieën om de toestand van de arbeiders te verbeteren.
Gestroomlijnde fietsen rijden om de een of andere onverklaarbare reden op aparte fiets en fietspaden en de politie controleert het hele gebeuren vanuit de lucht met door pedaalkracht aangedreven vliegmachientjes. Dat deze droomvoorstelling niet realistisch is ligt aan een aantal verschillende dingen. Ten eerste is niet aan te nemen dat plotseling alle mensen die vroeger in een auto gereden hebben besluiten dat het in een als auto vermomde fiets of driewieler plezieriger is. Dan zijn er voor praktisch al deze vervoermiddelen aparte voorzieningen nodig, dus of de andere vervoermiddelen moeten consequent van de weg verbannen worden, of er moet een heel dicht maar apart net van wegen voor stroomlijnfietsen en trapauto’s en trapbussen aangelegd worden. En tenslotte, als het ooit zover komt dat er geen energiebronnen voor het verkeer meer voorhanden zijn, dan ontbreken ze ook voor andere doeleinden -dus de fabrieken waarin de kunststoffen en het aluminium voor die hich-tech vervoermiddelen worden gemaakt, produceren ook niets meer. De kans bestaat daarbij eerder dat we terug gaan naar de tijd van houten paard en wagens en houten loopfietsen. In feite zijn al deze science-fiction dromen van meestal enthousiaste autohaters volledig onpraktische oplossingen voor problemen die de echte fietser helemaal niet ziet zitten. De autofanaat zal ook niet te verleiden zijn benzineslokker te laten staan. Laten we eens een kijkje nemen naar de problemen die men meent op te moeten lossen, gevolgd door een paar ervaringen op dit gebied en een zo objectief mogelijk gehouden analyse van de technische voorwaarden voor vandaag en morgen.
Human Powered Vehicle’s of HPV’s heten de vermeende voorlopers van de fiets van de toekomst. Al sinds het midden van de jaren ‘70 experimenteren verschillende mensen in Amerika en elders met stroomlijnfietsen, - drie- en vierwielers die door een, twee of zelfs meer fietsers aangedreven worden. Hiervoor bestaat zelfs een internationale organisatie, de IHPVA, of International Human Powered Vehicle Association, opgericht om te zien hoe veel sneller de mens met eigen spierkracht kan rijden. Het is zonder meer interessant te zien wat mogelijk is — al blijkt dat op de duur niet zo erg veel te zijn. Maximumsnelheden van ca. 100 km/u werden bereikt, maar dan slechts over een afstand van 200 m, waarover wielrenners ook op snelheden boven de 70 km komen. Dat mag dan een aardige winst lijken, dat geldt werkelijk alleen voor dergelijke korte afstanden. De coureur die met een HPV gedurende een heel uur een slechts weinig grotere afstand aflegt dan het werelduurrecord op een gewone fiets, is een fenomeen dat we iedere keer weer bij de jaarlijks gehouden HPV-wedstrijden kunnen bewonderen.
Met het controleren van de ademhaling krijgt een bhv ‘er informatie over het functioneren van de longen en daarmee over de zuurstofvoorziening naar de verschillende organen. Iedereen kan gedurende ongeveer een minuut zonder het inademen van zuurstof normaal functioneren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan zwemmen onder water. Er is genoeg zuurstof in het bloed aanwezig om deze periode te overbruggen. Wanneer er sprake is van een belemmerde ademhaling of een ademstilstand die langer dan een minuut duurt, raakt de reservehoeveelheid zuurstof in het bloed op, en ontstaat er zuurstoftekort. De hersenen reageren als eerste op dit zuurstoftekort met bewustzijnsverlaging. Daarna zal bewusteloosheid optreden. Pas de kinlift toe en kantel het hoofd naar achteren (ademweg vrij). Kijk naar de bewegingen van de borstkas en/of buik. Maak een eventuele jas open voor een beter zicht. Luister met uw oor bij de mond van het slachtoffer en voel of er sprake is van luchtverplaatsing gedurende maximaal tien seconden. Wanneer geen kinlift wordt toegepast, kunt u met uw hand voelen ter hoogte van de borst/buikovergang naar bewegingen van de borstkas. Het bewegen van de borstkas is geen garantie voor het optimaal opnemen van zuurstof. Bijvoorbeeld na het inademen van giftige gassen zijn weliswaar bewegingen van de borstkas zichtbaar, maar wordt er onvoldoende zuurstof opgenomen in het bloed.
Er ontstaan dan uiterlijke kenmerken van zuurstoftekort, zoals: blauwe verkleuring van de huid rond mond en neus; blauwe verkleuring van de nagels; bleek worden van de huid. Bij een slachtoffer dat bij bewustzijn is, kan er sprake zijn van een benauwde ademhaling al of niet met bijgeluiden, bijvoorbeeld bij astma, een snelle ademhaling bij dreigende shock of een diepe ademhaling bij hyperventilatie. Zorg hierbij dat u knellende kleding losmaakt en het slachtoffer ondersteunt of helpt een houding te vinden waarin hij zich op dat moment het meest prettig voelt. Laat een slachtoffer bij voorkeur niet plat liggen. Wanneer u bij een bewusteloos slachtoffer een abnormale ademhaling constateert, zoals rochelen, piepen of snurken of een onregelmatige ademhaling, is dit een reden om te starten met reanimatie. Verslikken en mogelijk stikken ontstaan doordat een vreemd voorwerp de luchtpijp geheel of gedeeltelijk belemmert, meestal voedsel (brokken). Bij ouderen kunnen een slecht zittend gebit of slikproblemen daar de oorzaak van zijn. Verschijnselen bij verslikken/stikken zijn: benauwdheid, blauwe verkleining rondom mond en neus; hoesten/braken; veelal wordt hierdoor het vreemde voorwerp of voedsel verwijderd; onrust/angst, soms paniek (vooral bij dreigende verstikking); gierende ademhaling bij een onvolledige afsluiting, bij een volledige afsluiting vaak geen geluid; happen naar adem vooral bij verstikking; na enige tijd, 30 tot 60 seconden, wordt het slachtoffer slap indien de luchtweg geheel is afgesloten. Daarna treedt bewustzijnsverlies op. Zet het slachtoffer aan tot hoesten en help daarbij door eventueel maximaal vijf slagen tussen de schouderbladen te geven met de vlakke hand. Houd de ademhaling in de gaten, totdat de verslikking is opgeheven.
Ook de polis van de bestelauto verzekering wordt op een bepaalde manier vastgesteld. Het mathematisch geformuleerde begrip kans kreeg gestalte en de eigenschappen van kanscontracten werden onderzocht. Die aanpak en ontwikkeling zijn voor het hedendaagse verzekeringswezen van cruciaal belang gebleken, zowel wat betreft de aandacht voor het vergaren van feitenkennis als voor het streven naar inzicht in betekenis en samenhang van die feiten voor de ins en outs van kanscontracten. Dat vereiste soms wel dieper inzicht en gevoel voor onderscheidende finesses. Verrassenderwijs kwam dat tot stand uit een losse samenwerking tussen enkele beroemde mathematici (zoals Pascal en Fermat) en beruchte gokkers, met name uit Franse adelskringen. De laatsten vroegen aan de eersten verklaringen voor door hen geconstateerde feiten, die zij als merkwaardig en zelfs ongeloofwaardig ervoeren. Dat betrof dan bijvoorbeeld de frequentie van bepaalde uitkomsten bij het gooien van meerdere dobbelstenen tegelijk. Dat was het begin van de kansrekening. Ook toen al bleek (zoals nog steeds het geval is) dat dit een terrein was waarin men, als men niet werkelijk de weg wist, gauw verdwaalde. Soms konden de theoretici de verklaring aan de praktijkmensen geven, maar soms hielden de gokkers terecht vol dat de praktijk zich niet wenste te gedragen naar de op dat moment gegeven verklaringen. In Nederland werkten de broers Christiaan en Lodewijk Huygens al eerder en onafhankelijk van de Fransen aan de beginselen van de kansrekening. De titel van Christiaans verhandeling is in zijn heldere eenvoud te mooi om niet te vermelden: Van Rekeningh in Spelen van Geluck (1657). Met de komst van de kansrekening was tevens de basis aanwezig voor de ontwikkeling van meer wetenschappelijk verantwoorde sterftetafels. Zo kwam de Engelsman John Graunt in 1662, voor zover bekend als eerste na Ulpianus, met een sterftetafel. Ook deze was slechts ten dele gebaseerd op gegevens, en verder op schattingen. De gebroeders Huygens, maar ook een paar leden van de Zwitserse wiskundigenfamilie Bernou, werkten aan de hand van Graunts model verder, onder meer aan het bij levensverzekeringen voorkomende begrip levensverwachting.
Johan de Witt publiceerde in 1671, een jaar voor zijn gewelddadige dood, zijn vermaarde WAERDIJE van LYF-RENTEN Naer proportie van LOS-REN-TEN. Hij gebruikte daarbij sterftegegevens uit de registers van de Staten van Holland en combineerde als eerste de sterftegegevens met interestberekening. Daarmee legde hij de grondslag voor delen van de levensverzekeringswiskunde. De Engelse sterrenkundige Halley (naar wie de komeet is genoemd) stelde op basis van archiefmateriaal uit Breslau in 1693 een voor die tijd uiterst betrouwbare sterftetafel op. In 1725 verscheen in Engeland het eerste wetenschappelijke leerboek over levensverzekeringen. Als gevolg van de grote brand in Londen in 1666 ontstond een aantal brandverzekeringsmaatschappijen. De vraag naar dekking van het brandrisico werd ineens groot, maar de kennis van zaken was nog uiterst gering. Dat gaf aanleiding tot veel frauduleus handelen, voor een deel vanuit een misdadige opzet, voor een belangrijk deel omdat organisatoren die aanvankelijk eerlijke bedoelingen hadden met geknoei reageerden op door hen niet voorziene problemen. Zij trachtten het ene - door hen Lloyds in Londen stamt nog van vóór de tijd van moderne vormen van rechtspersonen en vertoont ook nog enige trekken daarvan.
Welke werkwijze moet worden gekozen bij gietvloeren, stampen of trillen, hangt af van den aard van de betonspecie, van het al of niet aanwezig zijn van een meer of minder dichte wapening, van het doel waarvoor de betonspecie moet worden verwerkt, enz. Het vervaardigen van beton, waarbij alle water, dat in de betonspecie meer aanwezig is, dan benodigd is voor de binding en de verharding van het cement, uit de betonspecie wordt verwijderd, is een Amerikaanse vinding, waaraan o.m. Prof. Crane en Prof. Abrams hebben meegewerkt. Ook in Engeland werd door John Stanley Morgan patent verkregen op de vervaardiging van vacuümbeton , ook wel genoemd zuigbeton. Aanvankelijk geschiedde het maken van vacuümbeton door de mengtrommel tijdens het mengen van de betonspecie luchtdicht te sluiten door middel van een afsluitklep met hefboom, terwijl dan een zuigleiding, welke door deze afsluitklep liep, de lucht uit de mengtrommel en uit de betonspecie haalde. Met deze werkwijze werden zeer bevredigende resultaten verkregen. De betonspecie werd dichter en de onderlinge aanhechting tussen de samenstellende deeltjes van de betonspecie werd groter, waardoor ook een grotere vastheid en een hogere weerstand tegen afslijting werden bereikt. De betrekkelijk ingewikkelde vervaardiging was echter oorzaak, dat dit vacuümbeton in de praktijk slechts weinig toepassing vond.
Een grote verbetering in het maken van vacuümbeton gaf het patent van den Zweedse ingenieur Karl P. Billner, welke werkwijze o.m. door de Aerocrete Corporation of Amerika te New York in praktijk werd gebracht1). Volgens dit patent! wordt boven de gestorte betonspecie een luchtdichte afdekking aangebracht en tussen deze afdekking en het beton een luchtledig gemaakt, waarin de overmaat aan water wordt opgezogen om daarna te worden afgevoerd. Gelijktijdig hiermede wordt de betonmassa krachtig samengedrukt met een kracht van 1 Eng. ton per vierkanten Eng. voet (10.925 kg/m2). Prof. Theodore Crane van de Yale University vond voor aldus vervaardigd vacuümbeton een vastheid, welke 30 tot 100 % groter was dan die van beton van dezelfde samenstelling, bereid en verwerkt op gewone wijze. In Duitsland, Rusland, Zweden, enz, werden overeenkomstige resultaten verkregen. Prof. Crane en Prof. Abrams in Amerika en Prof. Kreuger in Zweden vonden voorts, dat bij vacuümbeton de krimpspanningen belangrijk kleiner worden. Een uitgebreide en algemeene toepassing heeft het vacuümbeton echter nog niet verkregen, hetgeen vermoedelijk moet worden toegeschreven aan de omstandigheid, dat deze werkwijze betrekkelijk omslachtig en kostbaar is. Teneinde een doelmatige verharding van betonspecie bij lage temperaturen mogelijk te maken, werd, vooral in Zweden, Zwitserland en Rusland, de betonspecie wel electrisch verwarmd. Bij dit el ectrobeton wordt met behulp van electroden, door de betonspecie een elektrische stroom geleid van een zoodanige sterkte, dat de hierdoor ontwikkelde warmte, tezamen met de warmte, welke door de binding van het cement vrij komt, het beton beschermt tegen den nadeeligen invloed van lage temperaturen en een snelle binding van het cement verzekert.
Aan de uitlaat komt hierbij eerst een recht gedeelte buis met een kwart bocht op de liggende leiding. C en D plaatst men in doorgaande leidingen om een verstopte afvoer te voorkomen. Vooral voor de sifons is vorstvrije plaatsing bok noodzakelijk. Ter verdere toelichting geven we in nog een volledig overzicht van de in de handel zijnde buizen en hulpstukken. Het nummer van het betreffende normalisatieblad, waarop ze mede voorkomen, is daarbij tevens aangegeven. Betonbuizen komen in de gewone huisriolering praktisch niet voor. Een enkele maal worden ze toegepast als hoofdriool voor een groot woningcomplex of een inrichting, hoewel men daar ook meest wel zal kunnen volstaan met de gresbuizen, die ook in grote afmeting verkrijgbaar zijn. Vóór men betonbuizen bezigt, dient eerst grondig nagegaan, of het af te voeren water geen zuren of andere stoffen bevat, die op het beton een nadelige invloed zouden kunnen hebben.
Dit geldt vooral voor fabrieken. In zo’n geval worden de buizen wel met een speciale asfaltemulsie behandeld. De betonbuizen worden van waterdichte beton vervaardigd in stalen mallen en meest pneumatisch gestampt. Na de vervaardiging worden ze met cement in- en uitwendig afgesausd. Zij komen in de handel voor met cirkelvormige en eivormige doorsnede. De eerste hebben een middellijn van 15, 20, 25, 30, 40, 50, 60 en 70 cm, de tweede hebben afmetingen van 30/45, 40/60, 50/75, 60/90, 70/105, 80/120, 90/135 en 100/150 cm. De hoogte is dus steeds anderhalf maal de breedtemaat. De ronde, zowel als de eivormige buizen, hebben een werkende lengte van 100 cm en sluiten met een schuine sponning, of vaar- en moereind, in elkaar. De ronde betonbuizen zijn genormaliseerd op blad N 70, de eivormige op blad N 71. Meestal past men de eivorm toe, aangezien die het meest gunstige doorstromingsprofiel heeft. Bij de betonbuizen zijn geen hulpstukken in de handel. Moet een riool van richting veranderen o. a., zo metselt men ter plaatse een put. Alleen voor invoering van gresbuizen, b.v. bij de aansluiting van een huisriolering op een gemeenteriool, zijn betonbuizen met inlaat in de handel, op N 72 aangegeven. Worden de betonbuizen op een heifundering geplaatst, dan past men de buizen met speciaal profiel, volgens N 80, toe. De keuringseisen voor betonbuizen zijn nader op N 370 vermeld. Afvoerleidingen van asbestcement vinden ook toepassing, hoewel alle instanties deze nog niet toelaten, echter ten onrechte, daar de „Eternit” afvoerbuizen, blijkens onderzoekingen, een inwendige druk van 6 atm. toelaten.
Het hoeft weinig betoog dat het kind Jezus het centrale gegeven in de kerststal is, gelegen op wat hooi en stro in een kribbe. Op bijna alle oude afbeeldingen is hij ouder dan een pasgeborene. In het verre verleden beeldde men immers niet graag kleine kinderen af. Kinderen onder de drie jaar zoekt men tevergeefs in de klassieke kunst. Vandaar waarschijnlijk dat er nergens in het evangelie echt vertederend over Jezus gesproken wordt. En de eerste woorden die het kind Jezus uitspreekt, zijn in feite al meteen een zelfbewuste terechtwijzing aan het adres van zijn ouders. Het is reeds een stem uit een hogere, bovenmenselijke wereld. De ontroering gewekt door het kind in de kribbe komt niet op de eerste plaats uit de bijbel. Hoe heeft men toch ontroering kunnen losmaken? Door met de afbeeldingen het beknopte weer te geven wat in het evangelie staat: men beeldde van het begin af eenvoudigweg een armoedig kind uit dat gewikkeld was in doeken en in een kribbe lag. Wel begon na verloop van tijd de band met het paasmysterie op de proppen te komen. Men stelde de kribbe voor als altaar of sarcofaag. Of men legde een groot lam voor de kribbe: het paaslam. Ten slotte bevat ook het kerstpakketten achter het hoofd van het kind een verwijzing naar het paasmysterie. De uitbeelding van Maria in de kerststal heeft alles van doen met de menswording van Jezus. In de Middeleeuwen werd Maria vooral voorgesteld liggend op een rustbed, rustend van de bevalling, met achter haar het kind in doeken gewikkeld. Een andere toen sterk geapprecieerde afbeelding was deze waarbij Maria in de ruimte staart. Zij wendt zich van het kind af, alsof zij de toekomst van Jezus voorziet. In de 15de eeuw werd Maria niet langer meer liggend voorgesteld, maar neergeknield in aanbidding voor haar kind. Zo wordt visueel weergegeven wat Lucas uitdrukte in zijn geboorteverhaal: Maria beseft dat deze geboorte iets mysterieus is, ze peinst over het gebeurde en mediteert over haar kind, opdat ze haar taak goed zou vervullen. Hoe dan ook, evenals in het kerstverhaal is in de kerststal voor Maria een centrale rol weggelegd. In beide gevallen staan er vijf werkwoorden centraal: ze baarde, wikkelde, legde, bewaarde en dacht na. De volksvroomheid heeft zich bij Maria’s voorstelling voornamelijk herkend in de aanbiddende moeder.
Jozef is eerder een laatbloeier in het kerstgezelschap. Hij verschijnt pas ten tonele vanaf de 6de eeuw. Dit heeft alles van doen met zijn rol als voedstervader. Bij de oudste beelden zit of staat hij vaak peinzend op een afstand van het kind. Hij werd vaak afgebeeld als de vertegenwoordiger van het Oude Testament of van de joodse synagoge. Meestal werd hij uitgebeeld als een oudere man die van heel het gebeuren geen snars schijnt te begrijpen, waardoor de maagdelijke geboorte meer geaccentueerd wordt. Volgens een legende was Jozef 80 jaar bij zijn huwelijk en 102 toen hij overleed. Vanaf de 16de eeuw wordt Jozef plots jonger voorgesteld, als een gezonde veertiger. Hij mag vooraan in het stalletje op de knieën plaatsnemen, met een bloeiende staf/lelietak in de hand.
|